Het bouwjaar van een woning kan veel zeggen over de staat van de woning. De regel: hoe nieuwer hoe beter klopt bij bouwjaar van een woning niet altijd. Wij hebben daarom de kenmerken van woningen uit verschillende bouwperiodes voor u op een rij gezet.

 De kenmerken van woningen uit verschillende bouwperiodes

Tussen 1920 en 1945
In Nederland werd er tussen 1920 en 1940 achthonderdduizend woningen gebouwd. Deze woningen zijn gebouwd in een tijd dat kwaliteit belangrijker was dan kwantiteit. Voor de oorlog gebruikte men kwalitatief sterke materialen in de bouw. De kozijnen werden bijvoorbeeld van de vettige houtsoort Amerikaans grenen gemaakt. Daarnaast deed de spouwmuur zijn intrede. Deze spouwmuren worden tot op heden nog steeds toegepast. Als het houtwerk goed is onderhouden staat er een prachtige, geconstrueerde woning. Dat soort huizen komt niet vaak voor en deze schaarste zorgt voor de enorme belangstelling.

Met het begin van de Tweede Wereldoorlog kwam er een eind aan de glorietijd van de Nederlandse woningbouw. Na de oorlog werd de woningproductie wel weer opgeschroefd, maar de kwaliteit van deze naoorlogse woningen bleef ver achter.

Tussen 1945 en 1970
Tijdens de wederopbouw werden er veel huizen bijgebouwd. Met name tussen 1945 en 1960 zijn in rap tempo huurwoningen gebouwd. In totaal zijn er ruim 1,5 miljoen woningen gebouwd in de wederopbouw. Er is in die periode meer gelet op kwantiteit dan op kwaliteit. Iedereen wilde een huisje met een tuintje, en die werden dan ook massaal gebouwd. Denk aan wijken vol doorzonwoningen met vaak een plat dak en flatgebouwen van 3 of 4 lagen met betonnen balkonnetjes. Veel van de woningen gebouwd in deze periode zijn inmiddels alweer gesloopt of staan op de nominatie om gesloopt te worden in het kader van de stadsvernieuwing.

Bij de bouw van deze woningen werd veelal gebruik gemaakt van vurenhouten gevelkozijnen. Deze kozijnen zijn in meer of mindere mate blootgesteld geweest aan houtrot. Bij de meeste woningen zijn de gevelkozijnen al wel vervangen, maar het is verstandig om hier altijd extra navraag naar te doen.

Tussen 1970 en 1980
In de jaren zeventig was de woningnood beperkt, de aandacht verschoof naar woningverbetering.  Zowel de kwaliteit als de architectuur van de woningen uit deze periode zijn over het algemeen goed. Doordat er gebruik werd gemaakt van onderhoudsarme materialen zijn de onderhoudskosten van deze woningen relatief laag. Daarnaast beschikken de woningen vaak over goede isolatie. Dubbel glas en dak- en spouwisolatie zijn standaard.

Tussen 1980 en 1990
Na 1979 viel de vraag naar koophuizen weg. Een gevolg daarvan is dat er bijna alleen nog maar gesubsidieerde huizen werden gebouwd. Dit waren woningen waarbij de bouwkosten en woonlasten zoveel mogelijk werden beperkt. Energiebesparing stond in deze periode centraal.

Woningen uit deze jaren hebben weinig glasoppervlak en een goede isolatie. Het is bij deze woningen dan ook niet verwonderlijk dat er aandacht is besteed aan dubbel glas en dak- en spouwisolatie. Er werd veel kunststof gebruikt, waardoor de woningen vaak onderhoudsarm zijn.

Na 1990
Het Bouwbesluit is na 1990 ingevoerd. In dit besluit werden bouwnormen, -kwaliteiten en -voorschriften opgenomen en vastgelegd. De kwaliteit en de luxe van de woningen zijn hierdoor aanzienlijk toegenomen. De stookkosten voor deze woningen zijn laag. Daarnaast zijn de woningen gebouwd met onderhoudsarme bouwmaterialen. U hoeft dus geen grote onderhoudsproblemen te verwachten.